omslag website header
 

Hoofdstuk 5 - Hoe ziet ons onderwijs eruit?

Scholen zijn niet geheel vrij in de aanpak van hun onderwijs. De overheid stelt eisen in de vorm van kerndoelen.
Onze school werkt, net als de meeste scholen, met landelijk in gebruik zijnde boeken en boekjes die samen een methode voor een vak vormen.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen die net 4 jaar zijn, zich eerst op school thuis gaan voelen. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt er ook meer van hen verwacht. Telkens worden nieuwe zaken aangeboden om de kinderen zich verder te laten ontwikkelen.
Er wordt gewerkt in verschillende hoeken: dat kan in het eigen klaslokaal of in de hal, waar bijvoorbeeld de bouwhoek te vinden is.
Er is veel aandacht voor de taalontwikkeling, omdat dit de basis is voor een verdere ontwikkeling op allerlei gebied. Ook de voorbereiding op het rekenen en schrijven krijgt ruim de aandacht. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan de motoriek van het kind via dans, muziek, bewegingsonderwijs, tekenen, plakken e.d.
Veelal wordt gewerkt aan de hand van thema’s (bijvoorbeeld herfst, winkels, voeding, voorjaar, Pasen e.d.).

Aan het eind van elke groep wordt bekeken of een kind toe is aan de volgende groep. Dat doen we niet alleen aan de hand van observaties, maar ook door kinderen gericht te toetsen. De overgang naar een andere groep doen we in goed overleg met de ouders. Wanneer ouders en school grote verschillen van mening hebben en er geen overeenstemming is, bepaalt de directeur of een kind al dan niet kan overgaan naar de volgende groep.

Op onze school kennen we net als overal, kinderen die snel werken of juist meer tijd nodig hebben. Kinderen die makkelijk leren of juist meer moeite hebben met de leerstof. In de hieronder genoemde methoden kan de leerkracht hiermee rekening houden. In elke methode bestaat de mogelijkheid om te differentiëren. Dit houdt in, dat leerlingen zoveel mogelijk op hun eigen niveau aan het werk kunnen.

Soms werken kinderen met een eigen programma. Dit wordt natuurlijk eerst altijd met de ouders besproken.

5.1 Catechese
Voor deze lessen maken we in groep 3 tot en met 8 gebruik van de methode Trefwoord. Deze methode maakt gebruik van een kalender, waarbij dagelijks een blaadje afgescheurd wordt en een nieuwe afbeelding te zien is. Er wordt gewerkt met thema’s, waarbij aan de hand van (soms bijbel)verhalen, maar ook via spel e.d. de kinderen wordt geleerd over Jezus en hoe wij door te luisteren naar de verhalen, kunnen leven naar zijn voorbeeld.
Groep 1/2 maakt gebruik van het boek Wij zijn blij.

5.2 Werken met materialen

Deze term kennen we alleen in groep 1 en 2. Het omvat het werken en het spelen in hoeken met creatieve- en ontwikkelingsmaterialen. Al spelend met deze materialen, in opdracht van de leerkracht of naar eigen keuze van het kind, ontwikkelen kinderen zich.
De taak van de leerkracht is stimulerend en begeleidend. Zij biedt materialen aan, die aansluiten bij de ontwikkeling van het kind.

5.3 Bewegingsonderwijs
De kinderen van groep 1 en 2 spelen dagelijks buiten. Zij hebben ook bewe­gingsonderwijs (gymles) in het dorpshuis..
De kinderen van groep 3 tot en met 8 hebben twee keer per week gym­les: de ene dag is dat een spelles en de andere dag is dat een les met oefe­ningen. Ook deze lessen vinden plaats in het dorpshuis. Eén les wordt gegeven door een gediplomeerd gymleraar en de andere les krijgt de leerkracht ondersteuning van een student bewegingsonderwuijs

5.4 Lezen
Leren lezen is een van de belangrijkste dingen die een kind op school eigen maakt. D.m.v. kringgesprekken en voorlezen stimuleren we dit in de groepen. In groep
1-2 is er een taal- leeshoek en komen taal/leesactiviteiten terug in de opdrachten. Deze activiteiten rondom taal- leesontwikkeling noemen we ontluikende geletterdheid. Ook zijn er leeshoeken ingericht in andere groepen. (vaak rond een thema)

Om het leesproces onder de knie te krijgen werken wij met de methode Veilig leren lezen in groep 3.
In de groepen 4 t/m 6 wordt er gewerkt met de voortgezet technisch leesmethode “Estafette”.

Naast dit proces om de leestechniek te leren beheersen, werken we systematisch aan het beheersen van het begrijpend lezen. Hiervoor gebruiken we de methode “Kidsweek”, een informatieve krant met actuele artikelen, die de kinderen aanspreken.

Diverse vormen van lezen worden gebruikt in onze school. U kunt denken aan de leeshoek, het maken van werkstukken en het houden van spreekbeurten, het houden van boekbesprekingen e.d. Maar ook het individueel lezen (stillezen), het duo-lezen, het lezen met groepen enz. krijgt aandacht.

Jaarlijks besteden we aandacht aan de boekenweek en wordt een voorleeskampioen gekozen, die afgevaardigd wordt naar de voorleeswedstrijd in de bibliotheek in Bergh of Didam en besteden we aandacht aan de nationale voorleesdag.

5.5 Taal
Bij de jongere kinderen worden veel taalactiviteiten in de kring ondernomen. We gebruiken hiervoor ook “schatkist taal”.
In groep 3 zijn taal en lezen nauw met elkaar verbonden. Hier wordt dus de eerder genoemde methode Veilig leren lezen voor gebruikt.
Vanaf groep 4 werken we met de methode “Taal Verhaal”. Naast deze methode wordt veel gewerkt met taalontwikkelingsmateriaal, taalspelletjes en de computer.
Na een periode van twee weken wordt getoetst om te zien of een leerling zich de stof eigen heeft gemaakt.
We streven ernaar, het taalgebruik zo aan te leren, dat het voor kinderen toepasbaar is in dagelijkse situaties.

Voor spelling gebruiken we ook “Taal verhaal”.
In de groepen 7 en 8 staat ook de spelling van werkwoorden centraal. Naast de methode gebruiken we hier ook nog extra materialen voor.

5.6 Rekenen
In de groepen 1 en 2 zijn de kinderen spelenderwijs bezig met rekenbegrippen. Dit gebeurt in de vorm van ontdekken, spelen en veel tijdens kringactiviteiten. Ook komen rekenactiviteiten terug in de weekopdrachten. Diverse materialen zijn aanwezig, m.n. “schatkist rekenen” en Rekenrijk.

Vanaf groep 3 wordt gewerkt met de methode “Wereld in getallen, versie 4”. De methode is verdeeld in blokken. Elk blok omvat ongeveer een periode van 4 weken waarin bepaalde rekenbegrippen aan de orde worden gesteld. Aan het einde van een blok volgt een toets.
Aan de hand van de toets bekijkt de leerkracht hoe de voortgang moet zijn.

5.7 Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie heeft te maken met alles wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Dat heeft te maken met aardrijkskunde, geschiedenis en natuur. Vanaf groep 5 wordt daar "Topondernemers" voor gebruikt.
Topondernemers is een methode voor geïntegreerd onderwijs voor de wereldoriënterende vakken. In een jaar worden 6 thema ’s behandeld. Leerlingen leren onderzoeken, bronnen raadplegen, verslagen maken, een enquête afnemen, een presentatie maken ed. Op deze wijze worden de “traditionele” vakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuur in samenhang aangeboden.

Via het Centrum voor NME (Natuur- en Milieueducatie) lenen wij leskisten en bestellen wij materialen ter ondersteuning van natuuronderwijs. Vanaf groep 1 en 2 wordt met hulp van (groot)ouders samen met de kinderen de schooltuin onderhouden.
Naast de specifieke methoden, wordt ook gebruik gemaakt van schooltelevisie (Schooltv-weekjournaal, Nieuws uit de natuur enz.), houden kinderen spreekbeurten over allerlei onderwerpen en hebben we één keer per jaar een project voor alle kinderen van groep 1 tot en met 8 rond een bepaald onderwerp.

5.8 Verkeer
Alle verkeerslessen op school staan in het teken van veiligheid. Zo wordt in de onderbouw aandacht besteed aan het veilig oversteken en in de bovenbouw leren de kinderen ook hoe je je als voetganger en fietser veilig in het verkeer kunt bewegen. In groep 1 t/m 8 wordt gebruik gemaakt van materialen van 3VO. De kinderen van groep 8 doen mee aan de landelijke verkeersproef en aan het praktisch verkeersexamen dat door ouders, samen met omliggende kerkdorpen wordt georganiseerd in samenwerking met de politie.

5.9 Bevordering gezond gedrag
Bij dit vak komen onderwerpen aan de orde die te maken hebben met gezondheid en leefstijl. Veelal komt dit vak in thema ‘s aan de orde of is geïntegreerd in andere vakken. Hierbij worden we ondersteund door de GGD Doetinchem. In de groepen 7 en 8 wordt er het ene jaar aandacht geschonken aan genotsmiddelen en het andere jaar aan vandalisme. Hier worden de ouders ook bij betrokken. Ondersteuning krijgen we dan ook van de politie, het Jekk en bureau Halt.

5.10 Schrijven
Een goed handschrift is belangrijk. Het begin is een goede pengreep. In de groepen 1 en 2 gebruiken we als basis voor het schrijven de motorische ontwikkeling. In de volgende groepen gebruiken we de methode: “Pennenstreken”.
Deze methode sluit aan bij de leesmethode die we in groep 3 gebruiken. De kinderen leren eerst vooral de juiste lettervormen en verbindingen te maken, voordat zij overgaan tot het methodisch schrijven van woorden en zinnen. Zij leren dus niet de blokletters, maar de schrijfletters. De kinderen leren uiteindelijk om de letters in een vlot tempo in een vloeiende beweging te schrijven. In groep 7 en 8 leren de kinderen ook het blokschrift.

5.11 Engels
De kinderen van groep 7 en 8 krijgen wekelijks Engels. Het gaat om een eerste kennismaking met deze taal. De methode die gebruikt wordt heet: “Take it easy”. Het accent ligt in deze methode op de lees- en luistervaardigheid en de uitspraak.

5.12 Sociale redzaamheid
Onder sociale redzaamheid verstaan we o.a. een bepaalde mate van zelfstandigheid, gerelateerd aan leeftijd. Dit betekent, dat kinderen voor zichzelf op kunnen komen en voor zichzelf kunnen zorgen. Dit komt niet als een apart vakgebied naar voren, maar is geïntegreerd in andere vakken.
Jaarlijks vullen we 1 keer een observatielijst in. N.a.v. deze lijst kan een individueel of een groepsplan worden opgesteld.
Tweejaarlijks wordt ook door de leerlingen een vragenlijst over pesten ingevuld. De kinderen van de groepen 1 t/m 4 doen dat samen met de ouders.
De kanjervieringen stellen een thema centraal, waar we een periode aandacht aan schenken. Ook kennen we de “kanjer” van de maand, een kind dat zich bijzonder heeft gemaakt in het kader van bovengenoemde thema ‘s. Er zijn 4 kanjervieringen in het schooljaarop schoolniveau en 4 vieringen op groepsniveau.

5.13 Creatieve vakken
Bij creatieve vakken horen de vormingsgebieden handvaardigheid, tekenen, muziek, dans en drama (toneel). Hiervoor gebruiken we de methode Moet je doen. Deze methode heeft aparte handleidingen voor de verschillende vormingsgebieden voor groep 1 tot en met 8. Deze vormingsgebieden zijn wekelijks in het programma opgenomen. Alleen dans en drama wordt één keer per 14 dagen gegeven: de ene week dans en de andere week drama.

De leerlingen van groep 4 en 5 krijgen muziekles van een leerkracht van de muziekschool (AMV lessen) De leerlingen van groep 6 en 7 krijgen op vrijdagmiddag les om een instrument te leren bespelen.

5.14 Zelfstandigheidbevordering
Onder zelfstandigheidbevordering verstaan wij allerlei activiteiten van leerlingen op het gebied van bovengenoemde vak- en vormingsgebieden. De leerlingen hebben de mogelijkheid om zelfstandig te werken aan hun taken met hun eigen planning. Bij de jongste kinderen wordt gewerkt met een planbord. Naarmate de leerlingen ouder worden, gebruiken ze  taakformulieren om hun eigen werkzaamheden te plannen en gaan gebruik maken van weektaken.

5.15 ICT onderwijs
De computer neemt in ons onderwijs een steeds grotere plaats in. In heel veel vakken wordt de computer ingezet als ondersteuning met oefeningen.(Snappet)
Steeds vaker wordt de computer gebruikt om informatie te verzamelen en ook maken leerlingen zich programma ’s eigen, die gebruikt kunnen worden bij het maken van verslagen en werkstukken. (Topondernemers)
Op school wordt voor de leerlingen en de leerkrachten gebruik gemaakt van een internetprotocol. Hierin staat beschreven hoe we omgaan met het gebruik van internet. Dit is voor u ter inzage op deze site.

We willen natuurlijk ook graag foto ’s gebruiken op onze site.We hebben uw toestemming nodig om foto ’s waar uw kind op staat ook te mogen plaatsen.
In het Boomblad en bij de inschrijving van een leerling wordt hier ook aandacht aan geschonken.
Indien u hier bezwaar tegen heeft, wilt u dan contact opnemen met de directeur.