omslag website header
 

 

Hoofdstuk 6 - De zorg voor kinderen

6.1 Regels over toelating, schorsing en verwijdering

Toelating
Het schoolbestuur beslist over de toelating van een leerling. Het mag weigeren als ouders de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting van de school niet onderschrijven.
Kinderen moeten minimaal 4 jaar zijn om te worden toegelaten. In het toelatingsbeleid staat dit verder omschreven.

Aanmelden nieuwe leerlingen
In  januari kunt U uw kind(eren) weer aanmelden op onze school. De datum wordt bekend gemaakt in het Montferlandnieuws en in de kalender.
Het gaat om kinderen die het opvolgende schooljaar tussen augustus en oktober 4 jaar worden.
Voor uw kind 4 jaar wordt, mag het 5 schooltijden komen kennis maken, om alvast te wennen aan de groep en aan de leerkrachten.  

Schorsing
De volgende regeling is vastgesteld.
-De schoolleiding kan een leerling voor een periode van ten hoogste een week schorsen.
-Schorsing vindt plaats als gevolg van storend gedrag waardoor de normale gang van onderwijs wordt doorbroken.
-De schoolleiding stelt het schoolbestuur vooraf van een dergelijke schorsing op de hoogte.
-Het besluit tot schorsing wordt door de schoolleiding met opgave van redenen mondeling en schriftelijk aan de ouders meegedeeld.
-De schoolleiding stelt de inspectie en de leerplichtambtenaar van een schorsing voor een periode langer dan een dag schriftelijk en met opgave van redenen op de hoogte.
-In het geval van schorsing geeft de groepsleerkracht de leerling passend huiswerk mee.

Verwijdering
Indien wordt overgegaan tot verwijdering, dan is het schoolbestuur verplicht om 8 weken lang een inspanning te verrichten om een andere school te zoeken. Als dat niet lukt mag de school na die termijn de leerling de toegang weigeren.
Ouders kunnen schriftelijk bezwaar aantekenen. Binnen 4 weken moet er door het bestuur gereageerd zijn op dit bezwaar.
Als laatste stap kunnen ouders in beroep gaan bij de rechter.
In het directiestatuut is geregeld dat de directie bevoegd is tot schorsing en verwijdering.

6.2 Passend Onderwijs
Over de toelating van een kind met een handicap wordt in overleg met de ouders en overig betrokken instanties een verantwoord besluit genomen. Kernvraag daarbij zal steeds zijn of wij als basisschool het kind die hulp kunnen bieden die het nodig heeft. Is het antwoord daarop positief dan zal een duidelijk handelingsplan de basis moeten vormen voor de juiste zorg op maat voor dit kind. De directeur beslist over de toelating.

6.3 Observeren, toetsen, CITO (Centraal Instituut Toetsontwikkeling)
De leerlingen worden besproken in hun totale functioneren (cognitief, sociaal, emotioneel en indien nodig fysiek en motorisch)
Wij volgen de vorderingen van leerlingen op drie manieren n.l.:
-met methode gebonden toetsen
-met methode onafhankelijke toetsen m.b.v. het CITO-leerlingvolgsysteem
-via observaties
De toetsen die horen bij de methode worden in een administratieprogramma  bijgehouden.
Bij de toetsen van CITO worden de resultaten zowel op individuele lijsten als op klassenoverzichten genoteerd.
De “papieren” overzichten (als die er nog zijn) zitten in een leerlingendossier. De meeste resultaten worden digitaal bijgehouden.
De toetsen van het leerlingvolgsysteem worden per groep besproken door de betreffende leerkracht en de intern begeleidster  in september, februari en mei. Afhankelijk van de toetsresultaten worden vervolgafspraken gemaakt.
Aan het eind van het schooljaar bespreken de leerkrachten de leerlingen die volgend schooljaar in hun groep komen..

Evaluatie op school niveau: CITO eind - toets groep 8

Drie keer per jaar vinden er 10-minuten gesprekken plaats met de ouders (afhankelijk hoelang een kind al op school is). In juni wordt het gesprek niet altijd gevoerd.
Twee keer per jaar geven wij een rapport uit. Het rapport bestaat uit een 5 puntschaal met eventueel een geschreven aanvulling, dat gemaakt is door de leerkracht.
( voor groep 3 t/m 8)
Het rapport voor groep 1-2 bestaat uit een geschreven verslag.
In groep 1 en 2 wordt gewerkt met observatielijsten. Daarnaast worden toetsen voor ordenen, ruimte / tijd, taal en sociaal-emotionele ontwikkeling afgenomen.

6.4 Het leerling-dossier.
Van elke leerling is een dossier op school aanwezig. Dit dossier wordt zoveel mogelijk digitaal vastgelegd.
In het leerlingen dossier bevinden zich:
-administratieve gegevens
-observatie gegevens
-signaleringslijsten sociaal emotionele ontwikkeling
-kopieën van rapporten
-verslagen van ouder gesprekken
-andere bijzondere gegevens (externe instanties)
Dit dossier wordt alleen met uw toestemming aan derden doorgegeven. Deze dossiers worden 5 jaar na het verlaten van de school vernietigd.

6.5 De eindtoetsen basisonderwijs.
In april maken alle kinderen van groep 8 de “Eindtoets Basisonderwijs “ van het CITO. Dit is een landelijk genormeerde toets. Daarmee krijgen we een beeld van de prestaties van onze leerlingen en van de school als geheel. De ”Eindtoets Basisonderwijs” kan voor onze school mede aanleiding zijn om ons onderwijsprogramma op onderdelen aan te passen.
In groep 8 krijgen de ouders van de kinderen de mogelijkheid om een informatiebrochure over het voortgezet onderwijs te downloaden, die door het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen wordt uitgebracht.
In de eerste helft van groep 8 krijgen de ouders en de kinderen op een ouderavond voorlichting over de verschillende vormen van het voortgezet onderwijs. In de maanden januari en februari kunnen ouders met hun kinderen de open voorlichtingsbijeenkomsten van de scholen voor voortgezet onderwijs bezoeken.
We vinden het belangrijk dat ieder kind op een school voor voortgezet onderwijs terecht komt, waarvan wij denken dat het kind zich daar het beste verder kan ontwikkelen. De ouders krijgen daarom van de school een advies, dat toegelicht wordt tijdens een gesprek. Naast dit advies, dat gebaseerd is op onze ervaringen tijdens de basisschoolperiode, ontvangen de ouders de rapportage van de Eindtoets van het CITO. Dit is ongeveer drie weken nadat de toets gemaakt is. Op basis van deze gegevens en de informatie van de verschillende scholen, kunnen de ouders een keuze maken voor de school voor voortgezet onderwijs.
Via onze school krijgen zij een aanmeldingsformulier. Wij sturen dit aanmeldingsformulier samen met ons advies, de uitslag van de Eindtoets van het CITO en een onderwijskundig rapport naar de betreffende school.
U krijgt inzage in de formulieren die we versturen naar het VO.
De toelatingscommissie van de school voor voortgezet onderwijs beoordeelt de aanmelding aan de hand van de gegevens. De ouders krijgen dan van die school te horen of een kind al dan niet wordt aangenomen. In sommige gevallen willen zij eerst een nader onderzoek doen, voordat zij een kind al dan niet toelaten. Een kind dat aangemeld wordt voor LeerWeg Ondersteunend Onderwijs (LWOO), zal altijd eerst een toets moeten maken.
Tenslotte gaan we elk jaar na hoe de resultaten van onze leerlingen zijn na één jaar Voortgezet Onderwijs. In gesprekken met vertegenwoordigers van het Voortgezet Onderwijs wordt bekeken of onze leerlingen voldoende toegerust waren, om goed te kunnen functioneren in het Voortgezet Onderwijs.

De wet schrijft voor dat ouders inzage gegeven wordt over de resultaten van de school. Vandaar dat  een overzicht van de CITO uitslagen van de eindtoets van de laatste vier jaar in de kalender wordt opgenomen.
U begrijpt dat deze uitslagen geen volledig beeld vormen van een school. Zaken als expressie, zelfstandigheid, motivatie, welbevinden, doorzettingsvermogen e.d. worden niet gemeten, terwijl deze ook van essentieel belang zijn.
De onderwijskundige rapporten, die gemaakt worden voor het vervolgonderwijs worden eerst met de ouders doorgenomen, alvorens deze verstuurd worden.

6.6 Het onderwijszorgloket
Onze school is georganiseerd binnen het samenwerkingsverband Doetinchem e.o. ten einde integrale leerlingenzorg te kunnen bieden.
Wanneer de school de zorg niet meer voldoende vorm en inhoud kan geven en hulp van buitenaf nodig heeft, wordt het probleem aangemeld bij het onderwijszorgloket. Bij een aanvraag voor een SBaO-beschikking (speciaal basis onderwijs) of SO is het wettelijk verplicht dat de ouders zelf als aanvrager fungeren. De ouders kunnen de aanvraag voor een beschikking samen met school doen.

Aanmelding bij het onderwijszorgloket.
Voor de leerling aangemeld kan worden i.v.m. toelaatbaarheid tot een speciale school voor basisonderwijs zijn er een aantal stappen genomen. Een aantal van die stappen zijn in elke speciale begeleiding noodzakelijk of wettelijk verplicht. Andere stappen zijn afhankelijk van de probleemstelling (m.a.w. facultatief)

Stappenplan:

    Signalering
    Speciale zorg binnen de groep/ informeren ouders.
    Bespreking van de leerling met de IB-er
    Consultatie leerlingbegeleider / zorgteam
    Nader onderzoek en of begeleiding binnen de school
    Via het onderwijszorgloket aanvraag van bovenschoolse zorg bijv.
    Pab, Schoolmaatschappelijkwerk, Interdisciplinair overleg
    Onderzoek door of opvragen van relevante medische gegevens bij de jeugdarts
    Samenstellen onderwijskundig rapport
    Opsturen van het Onderwijskundig Rapport naar het onderwijszorgloket.

Het onderwijskundig rapport  dient niet alleen gegevens te bevatten betreffende de  leerling, maar ook  een beeld te geven van de speciale zorg die de leerling heeft ontvangen. Bijv. door (verslagen van) handelingsplannen en documentatie betreffende de begeleiding.

6.7 Leerlingbespreking.
Ons Zorgteam
Iedereen heeft wel eens problemen, kinderen dus ook. Soms gaat het om problemen die met leren te maken hebben, soms zijn er andere of meer oorzaken waardoor kinderen zich niet goed ontwikkelen. Altijd probeert eerst de leraar of hij of zij kan helpen. Vaak is dat voldoende om weer verder te kunnen.
Lukt dit niet, dan kan het kind worden besproken in het Zorgteam. In dit Zorgteam zitten de intern begeleider, adviseur leerlingenzorg, jeugdverpleegkundige en soms ook de maatschappelijk werker. Er wordt gekeken welke hulp een kind nodig heeft en wie die hulp kan geven. Daarbij kan soms de hulp van buiten worden ingeroepen.
Wanneer uw kind besproken wordt in het Zorgteam, wordt u hiervan op de hoogte gesteld. Het kan ook zijn dat u zelf met het Zorgteam wilt overleggen over uw kind. Neemt u in dat geval contact op met juf Yvonne.

Structureel zijn er studie(mid)dagen gepland, waarin we de resultaten voor leerlingen doorspreken. Afhankelijk van de resultaten kan voor leerlingen met extra zorg een speciale weg worden uitgestippeld. De volgende doelen worden hierbij nagestreefd:

  • systematische aandacht voor individuele leerlingen
  •  continuïteit in de hulpverlening
  •  gezamenlijke verantwoording van het team ten aanzien van individuele leerlingen
  •  optimaliseren van de hulpverlening
  •  het bevorderen van de organisatie en het pedagogisch klimaat
  •  de vergroting van de zorgbreedte

Er zijn drie groepsbesprekingen gepland. Deze vinden plaats tussen de groepsleerkracht en de IB-er. De ontwikkeling van de groep wordt doorgesproken en individuele leerlingen worden ook besproken. N.a.v. deze gesprekken worden noodzakelijke stappen bepaald.

6.8 Invulling van extra zorg

We onderscheiden drie typen zorg:

  • zorg aan de onderkant (remedial teaching.)
  • zorg aan de bovenkant (pluskinderen)
  • zorg op sociaal- emotioneel gebied (motorisch/expressief)

Welke leerlingen komen in aanmerking voor extra zorg?

De zorg voor de kinderen is natuurlijk voor de groepsleerkracht, maar ook de zorg voor de interne begeleider. De interne begeleider (IB-er) is een leerkracht die de zorg voor de leerlingen coördineert.
Wanneer blijkt dat een kind in zijn ontwikkeling een achterstand heeft of juist een voorsprong, dan kan extra hulp gegeven worden.
Dit gebeurt altijd in overleg met zowel de ouders als de intern begeleider van onze school.
Deze extra hulp (remedial teaching) wordt door de eigen groepsleerkracht in de klas gegeven of door een RT leerkracht buiten de klas. Extra hulp wordt vastgelegd in een zogenaamd handelingsplan of groepsplan. Na een bepaalde afgesproken periode wordt bekeken of de extra hulp succes heeft gehad en al dan niet voortgezet wordt.
Ook kan besloten worden om de hulp in te roepen van de leerlingbegeleider, een orthopedagoog, van IJsselgroep/Iselinge Educatieve Faculteit. Indien nodig, wordt nader onderzoek gedaan. Dit alles gebeurt in overleg met de ouders. Naar aanleiding van de uitslag van het onderzoek kunnen er verschillende stappen worden ondernomen:

  • de leerlingbegeleider geeft adviezen over verdere begeleiding binnen de school;
  • er kan ambulante begeleiding van de speciale basisschool ingeroepen worden: er zijn leerkrachten die dan op de reguliere basisschool komen om daar tijdelijk ondersteuning te geven;
  • er kan hulp ingeroepen worden van het School Maatschappelijk werk, een fysiotherapeut, een logopedist, schoolarts e.d.;
  • de ouders kunnen het advies krijgen om het kind aan te melden bij een speciale basisschool.

Op school zijn formulieren en protocollen aanwezig voor die leerlingen die in aanmerking komen voor extra zorg. Hierop wordt o.a. aangegeven wat de mogelijkheden van school zijn  om een leerling te kunnen begeleiden. Deze formulieren worden zowel door school als door de ouders ondertekend.
Regelmatig vindt er een evaluatie plaats tussen de groepsleerkracht, de intern begeleider en de ouders. Dan worden de vorderingen besproken en vervolgafspraken gemaakt.
Indien noodzakelijk worden de leerlingbegeleider van de schoolbegeleidingsdienst of andere externe instanties geconsulteerd.

Het "zitten blijven" is minimaal aan de orde. Zoals u in het vorige al hebt kunnen lezen, wordt er op onze school alles aan gedaan om de kinderen zoveel mogelijk te begeleiden. Mocht er alsnog, aan de hand van de aanwezige rapportages, een algehele achterstand blijken dan zal deze optie worden gekozen: dit gebeurt altijd in een teamvergadering.
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat vroeg signaleren en aan de hand daarvan doelgericht handelen steeds belangrijker wordt.
Immers, hoe eerder een leer- of ontwikkelingsachterstand wordt aangepakt, hoe effectiever deze zal zijn.
Het zal duidelijk zijn dat dit juist in de onderbouw van cruciaal belang is.
Dit wil echter niet zeggen dat een doublure in de hogere groepen altijd voorkomen zal worden, maar dit is wel ons streven.

Ook kan het voorkomen dat een leerling op alle gebieden zijn leeftijd ver vooruit is. Zo’n leerling kan dan een groep overslaan. Heel belangrijk is, dat een kind dit op sociaal-emotioneel gebied aankan.

Besluitvormingstraject m.b.t. plaatsing leerling in een niet-reguliere vervolggroep.
Procedure: In het overleg dat gericht is op het bereiken van overeenstemming tussen school en ouders worden de volgende stappen onderscheiden. Ook in gevallen waar die overeenstemming niet bereikt wordt biedt dit schema duidelijkheid voor besluitvorming.
Uitgangssituatie: Er zijn reguliere contacten tussen leerkracht en ouders, o.a. de rapportavonden. Daarbinnen kan op enig moment de suggestie gedaan worden m.b.t. de plaatsing in een andere groep dan klasgenoten. Die suggestie kan vanuit de school komen maar ook vanuit de ouders. De beargumenteerde plaatsingsbeslissing wordt vastgelegd in het dossier van de leerling.

Stap1
Bespreking leerkracht-ouders
Uitwisseling argumenten
Conclusie: Als er een gezamenlijk besluit genomen wordt, dan wordt er nav het besluit gehandeld.
Als er geen overeenstemming is dan stap 2.

Stap 2
Bespreking(en) lkr-ouders-IBer
Toelichting/onderbouwing/ heroverweging
Conclusie: Als er een gezamenlijk besluit genomen wordt, dan wordt er nav het besluit gehandeld.
Als er geen overeenstemming is dan stap 3.

Stap 3
Besluitvorming door directeur
3a Leerlingbespreking op team-niveau (directeur hoort team)
3b Bespreking ouders-directeur (directeur hoort ouders)

Directeur neemt besluit
3c Directeur deelt besluit beargumenteerd mee aan team en ouders.

6.9 Veiligheidsbeleid
Op school is een veiligheidsbeleid aanwezig. In dit document wordt de veiligheid in de breedste zin beschreven. Er is aandacht voor zowel de fysieke, alsook de sociaal-emotionele veiligheid. Dit stuk is ter inzage.

6.10 Medicijnen / Allergieën
Gebruikt uw kind medicijnen e.d. of zijn er andere omstandigheden betreffende de gezondheid van uw kind, dan zouden wij dit graag van uw vernemen. U kunt dit het beste aan het begin van het schooljaar doorgeven aan de desbetreffende leerkracht.
Steeds vaker worden we op school geconfronteerd met kinderen die allergisch zijn.
Voor de leerkracht is het dan van belang te weten wat wel en niet mag.
Graag willen wij van de ouders daarvan schriftelijk een overzicht hebben.
Bij traktaties en feestelijkheden kunnen we hier dan rekening mee houden. Soms is het fijn dat de ouders een alternatief aangeven. Omdat bij de verschillende activiteiten de Oudervereniging zorgt voor een hapje of drankje, kunt u ook het beste dit zelf aan de oudervereniging doorgeven.

6.11 Verwijsindex
Onze school is vanaf mei 2010 aangesloten bij de Verwijsindex Achterhoek. De Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals van verschillende organisaties en instellingen (bijvoorbeeld intern begeleiders in het onderwijs, zorgcoördinatoren en hulpverleners) een signaal kunnen afgeven wanneer zij zich zorgen maken over een kind tussen 0 en 23 jaar dat zij onder hun hoede hebben. Wanneer meerdere hulpverleners een signaal over hetzelfde kind afgeven in de Verwijsindex, dan krijgen zij elkaars contactgegevens. Zo kunnen professionals elkaar makkelijker en sneller vinden, en beter afstemmen en samenwerken in de hulpverlening aan jeugdigen. Indien het gebruik van de Verwijsindex bij uw kind aan de orde is, informeren we u daarover. Meer informatie over de Verwijsindex kunt u vinden op www.verwijsindex-achterhoek.nl